Onder de naam LIFEPolliNature slaan 8 Nederlandse organisaties en overheden de handen ineen. Samen willen zij de teruggang van het aantal bestuivers stoppen en de komende jaren het aantal bestuivers weer laten groeien. Zij krijgen 4,5 miljoen euro Europese subsidie voor bijenlandschappen en investeren gezamenlijk nog eens 3 miljoen.
Het consortium in LIFEPolliNature bestaat uit de provincies Overijssel, Drenthe, Zuid-Holland en Utrecht. En daarnaast uit Natuur en Milieufederatie Limburg, het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Brabants Landschap en Naturalis.
Samen dienden zij in september 2025 een subsidieaanvraag in voor bijenlandschappen bij het Europese LIFE-programma. Deze werd positief beoordeeld. Het project LiFEPolliNature duurt 5 jaar, van 2026 tot en met 2031.
Belangrijke bestuivers bedreigd
Het gaat niet goed met de bestuivers, zoals wilde bijen, zweefvliegen en vlinders, in Nederland. Meer dan de helft van de 360 soorten wilde bijen wordt met uitsterven bedreigd. Om dat te voorkomen is snel verbetering nodig. Als het goed gaat met de wilde bij is dat ook goed voor andere bestuivers.
Bestuivers zijn van groot belang voor onze natuur, biodiversiteit en voedselvoorziening. Ze zijn onmisbaar voor het bestuiven van planten en landbouwgewassen. Zonder bestuivers geen aardbeien, bonen en andere groenten en fruit.
Beeld: © Saxifraga, Frits Bink
Grote wolbij, mannetje
Waarom bijenlandschappen?
Een belangrijk onderdeel van het project is om aaneengesloten leefgebieden te maken voor bestuivers. Geen versnipperde stukjes natuur, maar natuurgebieden die met elkaar verbonden zijn. Verbindingen waarin bestuivers genoeg bloemen met nectar, schuilplaatsen en nestplekken kunnen vinden. We noemen deze netwerken bijenlandschappen. Veel andere planten en dieren profiteren hier ook van.
Blijvend effect
PolliNature eindigt in 2031, maar de betrokken partners hopen op een blijvend effect. In 2036 willen ze een groei van 50% in de bestuiversstand binnen de projecten in alle 6 deelnemende provincies.