Dit voorjaar konden organisaties opnieuw subsidie aanvragen om een bijenlandschap te ontwikkelen. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) stelde vanuit de Nationale Bijenstrategie budget beschikbaar. Door extra budget krijgen maar liefst 26 projecten subsidie voor hun bijenlandschap! We stellen ze aan je voor.
Beeld: © Saxifraga, Luc Hoogenstein
Grijze zandbij
Overweldigend aantal aanvragen
We hebben heel veel aanvragen binnengekregen. Daarin vielen ons de kwaliteit van de projecten en de betrokkenheid op. Wat fijn om te zien dat er zoveel enthousiasme is voor de aanleg van bijenlandschappen! En daarmee bijen en andere bestuivers te helpen aan meer bed & breakfasts: voedsel en nestgelegenheid.
De Nationale Bijenstrategie beoordeelde de aanvragen samen met Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel en kennispartner Wageningen University & Research. Het ministerie van LVVN heeft het subsidiebedrag opgehoogd van €250.000 naar bijna €1.000.000. Daardoor konden we uiteindelijk aan meer projecten subsidie verlenen.
Een rondvlucht langs de projecten
Vanuit het hele land hebben we aanvragen ontvangen. Hieronder stellen we in het kort de organisaties en projecten per provincie voor. Bekijk waar het straks allemaal gaat bloeien! Van Bloeizone Weeldenis in Drenthe tot De Kleurrijke Kilometer in Zuid-Holland. En wat dacht je van De Vlindersnelweg in Amsterdam! Deltaplan Biodiversiteitsherstel en de Nationale Bijenstrategie blijven de projecten volgen. Houd voor updates onze kanalen in de gaten!
Drenthe
Weeldenis legt een bijenlandschap aan in en rond Voedselbos Weeldenis in Eelde. Hiervoor vormt ze 0,25 hectare grasland om tot soortenrijk en structuurrijk leefgebied door verschraling en extensief beheer. Dit gecombineerd met kruidenrijke zaaimengsels, gerichte toepassing van inheemse bloembollen en aanplant van nectar- en schuilstruiken. Voor de inrichting van het gebied maakt Weeldenis een bloeiboog om voedseltekort voor bestuivers tegen te gaan.
In het project werken verschillende partners samen. Zo geeft Landschapsbeheer Drenthe bijvoorbeeld ecologische begeleiding en deelt ze kennis over de juiste bloembollen. En helpt de gemeente Tynaarlo bij bermbeheer. Daarnaast verzorgt basisschool IKC de Westerburcht onder andere veldlessen. Ook werken lokale natuurwerkgroepen en vrijwilligers aan aanleg en beheer. Lokale grondeigenaren zijn betrokken bij de aanleg van bloemrijke zones.
Landschapsbeheer Drenthe gaat 5 bijenlandschappen aanleggen rondom de nationale parken Drents-Friese Grensstreek en Drentsche Aa. Hierin liggen voedsel- en nestelgelegenheid binnen 150 meter van elkaar. Zo helpt Landschapsbeheer Drenthe de bijen in hun belangrijkste levensbehoefte.
Ook liggen de bijenlandschappen bij voorkeur binnen 500 meter van elkaar of worden gekoppeld aan bestaande landschappen. Zo kunnen ze bijdragen een netwerk van geschikte landschappen voor vele soorten bijen en andere bestuivers.
In dit project gaat het om maatregelen in de openbare ruimte en op particuliere gronden. Het uitgangspunt is om te werken met autochtone beplanting. Daarbij houdt Landschapsbeheer Drenthe rekening met de landschapstypen en cultuurhistorie.
Ze werkt in dit project samen met vrijwilligersgroepen, dorpsbelangenverenigingen en bewoners. Ook sluiten boeren en ondernemers in verschillende dorpsnetwerken aan bij het project. Gemeenten en de provincie Drenthe worden actief betrokken bij het vervolgbeheer en het borgen daarvan.
Friesland
Stichting Duurzame gemeenschappen wil 2 kilometer bloeibermen inzaaien in 3 gebieden bij de Friese Slachtedijk. Dit is een eeuwenoude dijk van 42 kilometer lang vanaf de Waddenkust bij Oosterbierum tot aan Raerd. Ze zoekt daarbij aansluiting bij eerder aangelegde bloemenlinten. De stichting blaast met ‘Bloeibermen’ de omgeving nieuw leven in door Friese bermen te laten bloeien!
Een eerdere pilot uit 2025 liet zien dat dat de lokale betrokkenheid groot is. En dat de ecologische meerwaarde direct zichtbaar wordt in het landschap. Tussen Rewert en Hilaard zaaiden vrijwilligers, dorpsbewoners en basisschoolkinderen ongeveer 1,5 kilometer berm in met inheems bloemenmengsel. De succesvolle samenwerking, de praktische uitvoerbaarheid en de positieve reacties vanuit de regio waren de aanleiding om het initiatief uit breiden.
Ook in de jaren daarvoor bleek de aanpak al succesvol. Toen werd in Nij Baarderadiel meer dan 38 kilometer bloemrijke bermen aangelegd. Monitoring liet zien dat soorten die jarenlang niet waren gezien terugkeerden, zoals de kleine vuurvlinder. Ook nam de variatie aan insecten toe.
Gelderland
Natuurwacht Bommelerwaard wil kruidenstroken en struweelhagen aanleggen op agrarische percelen en bermen. Dit doet ze in een agrarisch gebied van ongeveer 200 hectare tussen de dorpen Bruchem, Kerkwijk en de stad Zaltbommel. De kruidenstroken vormen zoveel mogelijk een ecologische verbinding tussen de dorpen. Zo wil de Natuurwacht de biodiversiteit voor bijen, hommels en vlinders versterken.
Natuurwacht Bommelerwaard werkt in dit project onder andere samen met de Verenging voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer De Capreton. Daarnaast doet Gemeente Zaltbommel het ecologisch beheer. Ook zijn lokale agrariërs en bewoners betrokken.
Bosakker Waardenburg is een duurzaam landbouwproject met onder andere bomenrijen en biologische akkers. Het ligt langs de A2 en A15.
Het perceel voor het bijenlandschap is zo’n 400 meter lang en 7,5 meter breed. Daarin komt een zaaimengsel van kruiden en bloemen. Dit zorgt voor voedsel voor bijen en andere insecten. Daarnaast komen rondom de aanwezige poel bijenburchten. Met voldoende voedsel voor bijen daaromheen.
Met hun project wil Bosakker Waardenburg laten zien dat natuur en landbouw goed samen kunnen gaan.
Maatschap Aardrijk Voedselbossen wil een bijenlandschap inrichten in het Nederlandse deel van De Duffelt, in Leuth en omgeving. Daarvoor willen ze zoveel mogelijk aaneengesloten bloemrijke akkerranden aanleggen en inzaaien. Dit doen ze samen met agrarische landerijen, kruidentuinen en of voedselbossen, die functioneren als BIJenhubs.
Daarnaast willen ze zorgen voor (verbinding tussen) bijenlinten met gifvrije bijenbloemen en -planten en hagen. Ook willen ze nieuwe poelen en hagen aanleggen en nieuwe insectenhotels en bijenmuren bouwen. Met nieuwe aanplant van inheemse en gebiedseigen soorten zorgt de Maatschap voor voldoende aanbod van voedsel in het vroege voor- en late najaar.
Stichting The Pollinators wil samen met Stichting De Fruitmotor een aaneengesloten bestuiversvriendelijk lint maken. Dit lint wordt uiteindelijk 30 tot 40 kilometer lang en loopt tussen stad, landbouwgebied en natuur in het Rivierenland.
De subsidie is voor de aanleg van de eerste 2 tot 5 kilometer van het lint, het Pollinatorpad in Culemborg. Dit is de eerste schakel van een regionaal bijenlandschap. Het lint verandert het landschap in een bloeiend wandelpad waar biodiversiteit en recreatie samenkomen. Dat is heel belangrijk voor de verbinding tussen mens en natuur en het herstel van ecosysteemdiensten.
Stichting Natuurcentrum Arnhem wil op 3 van hun locaties een bijenlandschap inrichten: Park Lingezegen, Stadsboerderij Presikhaaf en Stadsboerderij de Korenmaat.
De stichting beheert ongeveer 80 hectare extensief grasland en hooiland in en rond Arnhem. Maar daarbinnen is nog niet voldoende voedsel voor bestuivers. Ook is er niet voldoende samenhang tussen voedsel- en leefgebieden.
Stichting Natuurcentrum Arnhem wil de graslanden in en rond Arnhem verrijken met kruiden en bloemen. Zodat ze beter aansluiten op de behoeften van wilde bijen en andere bestuivers. Ze zoekt daarbij de landschappelijke samenhang en koppelt de gebieden aan initiatieven in de buurt. Stichting Vitale Biotopen is daarvan een voorbeeld. Zo ontstaat een robuuster netwerk van bloemrijke leefgebieden.
De stichting betrekt inwoners en vrijwilligers bij het project via hun bezoekerscentrum, sociale media en themabijeenkomsten. Ook werkt ze samen met studenten van groenopleidingen aan bijvoorbeeld selectie van zadenmengsels en monitoring.
Landschapsontwikkelaar K3 maakt van 5 locaties in het Rivierengebied 32.200 m² bestuiversvriendelijk landschap. De organisatie richt daarvoor terreinen in bij Ooijse Graaf, Gendt, Beuningen, Lingemeren en Drutensche Waarden.
Dit zijn nu intensief gemaaide velden, eentonige grasmatten of gebieden zonder bloemenrijkdom. Bestuivers vinden hier nauwelijks geschikte plekken. K3 kiest per locatie maatregelen die passen bij het terrein en monitoren deze maatregelen om bij te sturen. Ook zijn basisscholen betrokken voor buitenlessen.
Met het project wil ze van het Rivierengebied een robuuster, bloemrijker en levendiger landschap maken.
De vereniging Nederlands Cultuurlandschap wil het leefgebied voor wilde bijen versterken in het Hellinggebied Groesbeek-Noord. Dit agrarische gebied ligt tussen het Rijk van Nijmegen en het Reichswald.
Om het bijenlandschap te versterken plant de vereniging 1.500 meter bloeiende heggen met inheemse soorten zoals meidoorn en sleedoorn. Ook komen er 2 hectare kruidenrijke akkers en akkerranden bij. In de boomgaard van Landgoed Buitengewoon planten vrijwilligers 50.000 stinzenbollen. Deze zorgen voor vroege bloei in het voorjaar, voordat fruitbomen bloeien.
Stichting Vitale Biotopen wil haar bijenlint uitbreiden naar een volledig bijenlandschap in Arnhem. Van het huidige bijenlint met ruim 500 tuinen naar misschien wel 2000 tuinen.
Bijenlandschap 2.0 is een combinatie van een fysiek bijenlandschap en een community. Voor het bijenlandschap gaat de stichting bijvoorbeeld na welke planten en bestuivers bij specifieke gebieden horen. En onderzoekt ze of bijenhotels, nestgelegenheden en planten goed aansluiten bij de grondsoort en gewenste bestuivers.
Daarnaast richt ze zich op een zelfsturende community van tuineigenaren en vrijwilligers die zich inzet voor het bijenlandschap.
Het Fruit Research Centre Randwijk (FRC), in de Betuwe, gaat zijn 22 hectare grote proeftuin bij-vriendelijk inrichten. Het centrum legt een educatief demonstratieveld van 1.000 m² aan met drachtplanten en broed- en rustplaatsen voor bijen en andere bestuivers.
Op het demonstratieveld kunnen fruittelers en andere geïnteresseerden kennismaken met struiken, vaste planten en kruiden die goed zijn voor bijen. Informatiepanelen zorgen voor de nodige kennisoverdracht.
Groningen
Stichting Landschapsbeheer Groningen wil 2 bijenlandschappen inrichten: Eelderbaan en Kardinge. Deze verbinden dier en mens, de bestaande natuur in de stad en het buitengebied met elkaar.
Tijdens dit project brengt een bijenexpert de 2 gebieden in kaart. Zo ontstaat een goed beeld van welke hommels en bijen er voorkomen. En of er geschikte nestgelegenheid en voedselbronnen aanwezig zijn. Daarnaast zoekt de expert naar kansrijke plekken voor inrichtingsmaatregelen en mogelijke koppelkansen met andere waardevolle flora en fauna is het gebied.
De stichting wil de aanleg van de bijenlandschappen samen met bewoners uitvoeren. Bewoners voelen zich zo verbonden en willen zich dan eerder inzetten voor de bijenlandschappen.
Limburg
Stichting Natuur en Milieufederatie Limburg wil in de gemeenten Echt-Susteren en Maasgouw maatregelen nemen om leefgebieden voor bestuivende insecten te verbeteren.Hiervoor ontwikkelde ze met Wageningen Environmental Research (WENR) ecologische kansenkaarten.
De uitvoering van de kansenkaarten versterkt en verbindt bermen, gazonstroken, landbouwgronden in transitie en bestaande natuurgebieden. Zo ontstaat een robuust en samenhangend netwerk van bijenrijke leefgebieden. En daarmee een duurzame voedsel- en verbindingsroute voor wilde bijen, zweefvliegen, dagvlinders en andere bestuivers.
Gemeente Beekdaelen werkt in ‘Samen voor Zoemende Verbindingen’ aan een bijenlandschap. Ze legt hiervoor nieuwe bloemrijke stroken aan. En versterkt bestaande groengebieden. Ook doet ze aan ecologisch beheer van bermen en openbaar groen. Zo ontstaan zoemverbindingen tussen dorpskernen, agrarisch gebied en natuurgebieden.
Deze zoemverbindingen functioneren als ecologische corridors. Door deze verbindingszones kunnen bijen en andere bestuivers zich veilig verplaatsen en hun DNA delen met andere groepen. Dit zorgt voor een sterkere populatie.
In het Limburgse Velden legt IVN Maasduinen een natuurtuin van 1 hectare aan. Deze tuin is onderdeel van een nieuwbouwwijk vooral voor senioren en een paar jonge gezinnen en starters.
IVN Maasduinen wil de natuurtuin verder inrichten als bijenlandschap met een educatiefunctie. Het wordt een groot bloemenlint waar bijen, vlinders en andere insecten kunnen leven. Er komen onder andere insectenhotels, zandheuvels en nestkasten. Ook vind je er straks wandelpaden en rustbanken. Informatieborden beschrijven welke planten er groeien en welke insecten daarvan profiteren.
Noord-Brabant
Stichting Nieuwe Warande wil de condities van de wilde bij verbeteren in Landschap Pauwels. Dit gebied ligt ten noorden van Tilburg. De stichting zet daarvoor een vrijwilligersorganisatie op en ontwikkelt deze door.
Nieuw Warande kijkt met ‘bijenogen’ naar 2 deelgebieden. Wat heeft de wilde bij hier nodig? Ze begint in het gebied Zwaluwenbunders, omdat de gemeente Tilburg daar al werkt aan een bijenlandschap. De stichting ontwikkelt daar stapstenen voor wilde bijen binnen vliegafstand. Dit doet ze vooral bij kansrijke hotspots.
In het tweede deelgebied, Waterhart, beoordeelt ze de nestelgelegenheid. Zijn er voldoende en gevarieerde voedselplekken en ook droge plekken binnen vliegafstand? Samen met de gemeente Tilburg en Waterschap De Dommel realiseert ze deze kansen. Dat zorgt voor een vliegwiel voor bij-vriendelijke gebiedsontwikkeling.
De stichting vraagt aan de gemeente Tilburg een beheerplan per gebied en werkt aanvullend met hun vrijwilligers aan beheer.
Meer weten over hun gewenste toekomstbeeld voor het gebied door ‘bijenogen’? Luister naar hun podcast ‘ op Spotify 'Hier wilde bij zijn’.
De landgoederen Wellenseind en De Utrecht zetten zich in voor een bijenlint van 7,5 tot 10 kilometer. Wellenseind ligt voor een groot deel in de gemeente Reusel-De Mierden, tussen de dorpen Esbeek en Lage Mierde. De Utrecht ligt ten zuiden van het dorpje Esbeek in de gemeenten Hilvarenbeek en Reusel-De Mierden.
Binnen het lint zijn aanpassingen in de begroeiing en afgestemd maaibeheer mogelijk. Of de aanleg van landschapselementen die geschikt zijn voor voortplanting van bijensoorten. Ook zijn robuustere stapstenen voor specifiek kwetsbare soorten mogelijk.
Door de samenwerking met 3 andere landgoederen zal het bijenlint zelfs 20 kilometer lang worden!
Noord-Holland
Stichting Stadvinderij wil een stadsbreed bestuiverlandschap aanleggen in Amsterdam via de Vlindersnelweg. Deze ‘snelweg’ is een fijnmazig, gifvrij netwerk van voedsel- en voortplantingsplekken. Vlinders en andere bestuivers kunnen zich via die weg verplaatsen. Van kerngebied naar kerngebied. En generatie na generatie. De stichting werkt hieraan met een groot aantal Amsterdamse partijen.
Resultaat van het project zijn 3 sporen die samen 1 stedelijk bijen-en vlinderlandschap vormen:
- Duizenden nectarstations. Dit zijn kleine, eenvoudig toe te voegen plekken bij bewoners, scholen, bedrijven en instellingen. Daarvoor komen er klant-en-klare pakketten voor balkon, geveltuin, binnentuin of dak. Met een publiekscampagne maakt de stichting dit bekend.
- Stepping stones. Dit zijn grotere, ecologisch rijkere plekken die als tussenstations dienen tussen kerngebieden. Deze komen vooral rond (bestaande en nieuwe) buurtinitiatieven, binnentuinen, daken, bedrijven, grotere tuinen en semi-publieke ruimtes langs de route.
- Biotopen. Dit zijn grotere strategische groengebieden voor alle levensfasen. Hier blijven grote grondeigenaren en kennispartners werken aan vlindervriendelijk beheer.
Stichting Broedplaats Gooise Meren/ Altijdwerkplaats zorgt voor 3 ecologische ‘stepping stones’. Ze transformeert Fort Werk IV, De Groene Long en de Gaardes tot een hoogwaardig bijenlandschap van ongeveer 90.000 m².
Dit gebied is een onmisbare schakel in de toekomstige ‘Groene Corridor’. Deze zone verbindt de droge zandgronden van de Bussumerheide met het water van het Gooimeer in de Vesting Naarden. En functioneert bovendien als een vitale ecologische ader voor wilde bestuivers.
Naast de fysieke inrichting richt de stichting zich sterk op educatie, kennisontwikkeling en het borgen van een blijvende ecologische impact. Zo maakt ze van locatie de Groene Ruijter in het gebied een educatie- en inspiratiehub. Van daaruit geeft ze voorlichting in de wijken. Maar ook praktische workshops voor (toekomstige) beheerders zoals ‘Maak je tuin een B&B voor bijen.
Stichting Broedplaats Gooise Meren/Altijd Werkplaats werkt voor dit project met veel verschillende partijen samen. Onder andere de gemeente Gooise Meren. Deze is naast grondeigenaar ook beleids- en communicatiepartner en aanjager voor de Stichting Steenbreek. Landschap Erfgoed Utrecht en EIS Kenniscentrum Insecten voeren het project Hollandse Bijenlinie uit. Zij zijn daarom betrokken als kennispartners voor inrichting en monitoring.
Daarnaast zijn ook partners betrokken voor aanbod van inheems plant/zaadmateriaal, monitoring en educatie. En voor cursussen Kleinschalig gefaseerd maaien.
Utrecht
Landschap Erfgoed Utrecht wil de populatie van de zwarte sachembij op de Zuiderheide en Kwintelooijen versterken en behouden. Deze bij is een zeer zeldzame soort in Nederland. Door haar lange tong is de zwarte sachembij een icoonsoort voor allerlei andere soorten zoals hommels en andere grotere soorten bijen.
Langtongige bijensoorten en allerlei zandbijen (70% van alle soorten) profiteren ook van de maatregelen voor de zwarte sachembij.
In de 2 gebieden staan verschillende acties op de planning. Voor de Zuiderheide doet de stichting een onderzoek naar gedrag, bloembezoek, terreingebruik en nestplekken van de populatie zwarte sachembijen. Deze kennis zetten ze om naar praktische beheermaatregelen; ze planten struiken aan, creëren steilrandjes en zaaien insectenakkers in.
Voor Kwintelooijen is het onderzoek al eerder gedaan. Hier wil Landschap Erfgoed Utrecht bijen tellen en dit vergelijken met de resultaten uit 2024. Ook vult ze het bij-vriendelijk natuurbeheer in met specifiek maaien van kruidenstroken. En door 2 beheerdagen te organiseren om het gebied meer open te krijgen.
Voor toekomstig beheer bieden ze een cursus bij-vriendelijk natuurbeheer aan voor betrokken boswachters en vrijwilligers.
Universiteit Utrecht richt rond Utrecht Science Park een gebied in met inheemse planten en dieren. Dit verbindt de campus met het natuurnetwerk rondom.
Tussen bijenparadijs Fort bij Rijnauwen en Landgoed Oostbroek komt een ecologische verbinding van 30 meter breed en 1,6 kilometer lang. Dit wordt een levende corridor, een verbindingszone waardoor verschillende soorten bestuivers zich kunnen verplaatsen of kunnen nestelen. Dat versterkt de populaties.
Zeeland
Het project van Stichting Landschapsbeheer Zeeland verbetert de nestkansen voor grondbijen, in een gebied van totaal 1.110 m² in Zeeuws Vlaanderen.
Dit doet de stichting onder andere door het maken van pioniersbiotopen in natuurgebieden de Clingse bossen en Smitsschore. Dit zijn ecologische leefgebieden die bestaan uit kale, onbegroeide grond. Zo herstelt ze bestaande bijenkuilen in de natuurgebieden. Bijensoorten zoals de schorviltbij en schorzijdebij profiteren van de verbeteringen.
Stichting Landschapsbeheer Zeeland werkt in dit project nauw samen met de verschillende terreinbeheerders - eigenaren. Dit zijn Het Zeeuwse Landschap, Staatsbosbeheer, Waterschap Scheldestromen, Het Warenhuis en de gemeente Terneuzen.
Ze deelt de kennis vanuit het project actief binnen het regionale bijennetwerk en via landelijke kennisplatforms. Haar ervaring met inrichting, stabilisatie, beheer en monitoring is zo over te dragen aan andere delen van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta.
Zuid-Holland
Vrijwilligerscollectief stichting Zeldenooit voert beheermaatregelen uit in de publieke ruimte. Hiermee vergroot ze de bloemenrijkdom en verbindt ze bloemrijke gebieden. Ook zorgen de maatregelen voor betere leefgebieden van verschillende gewervelde en ongewervelde dieren.
Voor de Burgemeester Oudlaan in Rotterdam wil de stichting aanvullende beheermaatregelen uitvoeren. Ze wil 3 bijenvoorzieningen creëren met voldoende nectarplanten. Om zo bijensoorten meer nestelgelegenheid te laten vinden. Met deze maatregel richt ze zich op grondbijen.
Pilotproject De Kleurrijke Kilometer verbindt bermen, agrarische randen en boerenerven tot één bijenlandschap. Greenhub Zuid-Holland legt minimaal 1 en mogelijk 4 kilometer ecologisch lint aan rond belevenisboerderij Mariahoeve Logies in Woubrugge.
Het ecologisch lint zorgt voor voedsel en nestgelegenheid voor bestuivers. En door het netwerk van leefgebieden kunnen bestuivers zich veilig verplaatsen en voortplanten.
Na de pilot wil Greenhub Zuid-Holland het project uitbreiden. Ze brengen daarvoor het netwerk in de regio in kaart.
TU Delft gaat het Mekelpark op de campus omvormen tot een bijenlandschap van bijna 5.000 m². Een toevoeging aan de groene dooradering van de campus én de stad Delft.
Het park krijgt een gras-kruidenmengsel dat past bij de bodem. Daarnaast onder andere bomen en heesters die nectar en stuifmeel geven. Bijenburchten en bijenruggen bieden nestgelegenheid voor wilde bijen. Zoals de weidebij, zwartbronzen metselbij en fluitenkruidbij.
Het Mekelenpark verandert zo van gemaaid gras naar ecologisch kerngebied én verbindingszone voor wilde bijen en andere insecten!
Het nieuwe bijenlandschap krijgt ook een belangrijke rol in de educatie. Met dit park wil TU Delft studenten laten zien hoe je toekomstige groene zones ecologisch kunt ontwerpen. Door effecten van de maatregelen te monitoren zie je ook de invoed op stedelijke wilde bijenpopulaties. Zo wordt het bijenlandschap een mooie toevoeging aan de campus als Living Lab.
Lerend netwerk en webinars
Bijenlandschappen kunnen van elkaar leren en dat stimuleren we graag. Deltaplan organiseert daarvoor een aantal webinars en een Community of Practice (CoP). Een CoP is een lerend netwerk waarin bijenlandschappen regelmatig kennis en ervaringen uitwisselen over verschillende onderwerpen.
Deltaplan nodigt voor de webinars en de CoP alle bijenlandschappen uit die de subsidie kregen. Dus ook de bijenlandschappen van vorig jaar. Wat zijn hun tips & tricks? Houd je mailbox dus in de gaten voor de uitnodiging!